SAVN-kongres 2020

5-9 Julie 2020, Windhoek

Die kongresprogram sal hier gepubliseer word.

Hoofsprekers: 

  •  Prof Louise Viljoen (Stellenbosch Universiteit, Suid-Afrika)

  • Prof Gerhard van Huyssteen (Noordwes-Universiteit, Suid-Afrika)

  • Prof Marc van Oostendorp  (Radboud Universiteit, Nederland)

  • Prof Reinhild Vandekerckhove (Universiteit Antwerpen, België)

  • Prof Jerzy Koch (Adam Mickiewicz Universiteit in Poznań: Pole)

  • Prof Orsolya Réthelyi (Eötvös Loránd-Universiteit, Hongarye) 

Louise Viljoen

Louise Viljoen is emeritus-professor in die Departement Afrikaans en

Nederlands aan die Universiteit van Stellenbosch en het in 2019 die

leerstoel Zuid-Afrika: talen, literaturen, cultuur en maatschappij aan die

Universiteit Gent beklee. Sy is die skrywer van Ons ongehoorde soort. 

Beskouings oor die werk van Antjie Krog (Sun Press 2009), ’n kort

biografie getitel Ingrid Jonker (Jacana Media 2012/Ohio University Press

2013) en Die mond vol vuur. Beskouings oor die werk van Breyten

Breytenbach (Sun Press 2014). Sy was saam met Ronel Foster samesteller

van die antologie Poskaarte. Beelde van die Afrikaanse poësie sedert 1960

(1998), saam met Hennie van Coller en Helize van Vuuren samesteller van Afrikaans Poems with English Translations (2018) en het ook ’n seleksie gemaak van gedigte uit die werk van Barend Toerien met die titel Om te onthou (2006). Haar navorsingsfokus is die Afrikaanse letterkunde, met spesifiek verwysing na postkolonialisme, geslagtelikheid, identiteit, kosmopolitisme en transnasionalisme.  

 

Gerhard van Huyssteen

Gerhard van Huyssteen (49) is professor in Afrikaanse Taalkunde en

Rekenaarlinguistiek aan die Noordwes-Universiteit. Hy dien sedert

2005 op die Taalkommissie van die Suid-Afrikaanse Akademie vir

Wetenskap en Kuns; vanaf 2013 tree hy op as voorsitter van dié liggaam.

Vanaf 2009-2014 dien hy op die paneel van mensetaaltegnologie-

kundiges van die Departement Kuns en Kultuur. Hy is ontvanger van die

Elizabeth Eybers-beurs, die CL Engelbrecht-prys vir taalkundenavorsing vir

sy aandeel in die publikasie van die tiende uitgawe van die “Afrikaanse

Woordelys en Spelreëls”, en ontvanger van die Stalsprys vir inter- en

multidissiplinêre navorsing. Sy belangstellingsvelde sluit onder andere kognitiewe grammatika, konstruksiemorfologie, taaltegnologietoepassings vir eindgebruikers en wetenskapskommunikasie in.

 

Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is hoogleraar Nederlands en Academische 

Communicatie aan de Radboud Universiteit en senior-onderzoeker aan

het Meertens Instituut. Zijn onderzoek gaat altijd over drie thema’s: de

klanken van het Nederlands, de grenzen tussen natuurlijk en kunstmatig

taalgebruik, en de manier waarop wetenschappelijke inzichten kunnen

worden gecommuniceerd. Hij is onder andere hoofdredacteur van het

dagelijkse tijdschrift over taal en letterkundig onderzoek Neerlandistiek.

 

 

Reinhild Vandekerckhove

Reinhild Vandekerckhove is hoofddocent voor Nederlandse Taalkunde

en Sociolinguïstiek en voorzitter van het Departement Taalkunde

van de Universiteit Antwerpen.  Haaronderzoeksinteresses betreffen

sociale en geografische variatiepatronen in het online taalgebruik

van jongeren en de dynamiek van het jonge Nederlands. Ze was de

afgelopen jaren promotor van verschillende projecten rond

taalgebruik op sociale media en publiceertover het onderwerp in

internationale vaktijdschriften, in samenwerking met onderzoeks-

medewerkers en collega’s van de onderzoeksgroep CLiPS (UAntwerpen).

Met Lisa Hilte en Walter Daelemans ontving ze van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de jaarprijsvoor het beste artikel op het gebied van de Nederlandse Taalkunde 2017-2018, voor een bijdrage over het gebruik van expressieve kenmerken in online tienertaal.

 Ze is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie en van de Raad van Advies van het Instituut voor de Nederlandse Taal.  Van2013 tot 2016 was ze voorzitter van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, het adviesorgaan van de Nederlandse Taalunie.  In 2018-2019 leidde ze een commissiedie in opdracht van de Nederlandse Taalunie een adviesrapport uitbracht over taalvariatie en taalvariatiebeleid.

 

Jerzy Koch

Jerzy Koch, DrsLitt (Universiteit van Wrocław), PhD (KULeuven),

DLitt (Universiteit van Wrocław), is hoof van die Afdeling

Nederlandse en Suid-Afrikaanse Studies by die Fakulteit Engels

van A. Mickiewicz-Universiteit in Poznań en sedert 2001 ook

navorsingsgenoot van die Universiteit van die Vrystaat. Hy was

oprigter en jarelange hoof van die Afdeling Moderne Nederlandse

Letterkunde en Afrikaans by die Erasmus-Leerstoel vir die

Nederlandse Filologie aan die Universiteit van Wrocław (tot 2011).

Voorts is hy hoofredakteur van Werkwinkel. Journal of Low

Countries and South African Studies. Hy doseer veral

Nederlandse literatuur, koloniale literatuur en Afrikaans, en stel ook belang in die resepsie van literêre vertalings. Van sy belangrike boeke sluit in Multatuli w Polsce (2000, “Multatuli in Pole”), Outsider onder de zijnen: vormen van xenofanie in de Afrikaanse roman (2002, aanlyn beskikbaar op DBNL), Wenus Hotentocka i inne rozprawy o literaturze południowoafrykańskiej (2008, “Hottentot Venus en ander opstelle oor die Suid-Afrikaanse literatuur”), A History of South African Literature: Afrikaans Literature 17th–19th Centuries (2015). Binnekort verskyn die Engelse vertaling van sy Historia literatury południowoafrykańskiej. Literatura afrikaans. (Okres usamodzielnienia 1900-1930) (2012, “Geskiedenis van die Suid-Afrikaanse letterkunde. Afrikaanse literatuur (Periode van verselfstandiging 1900-1930)”).

Hy het werke vertaal van H. Claus, J. Bernlef, H. de Coninck, S. Hertmans, G. Kouwenaar, Lucebert, H. Mulisch, Multatuli, L. Nolens, P. Rodenko, F. Timmermans e.a. Vir sy vertaal oeuvre het hy die M. Nijhoff-prys ontvang. Hy het ook Ingrid Jonker en Etienne Leroux vertaal en sy onlangse vertalings is Poolse bloemlesings uit Antjie Krog (2017) en Breyten Breytenbach (2018) se gedigte.

 

Orsolya Réthelyi

Orsolya (Orsi) Réthelyi (1970) is neerlandica en historica. Ze is

verbonden aan de Vakgroep Neerlandistiek van de Eötvös

Loránd Universiteit Boedapest (ELTE) als universitair hoofddocent

Nederlandse letterkunde en cultuurgeschiedenis, tevens

\vakgroepshoofd. Sinds 2016 is zij daarnaast onderzoeker

bij het interdisciplinaire onderzoeksgroep NL-Lab van de KNAW,

verbonden aan het NWO-FWO project Eastbound CODL. The

Distribution and Reception of Translations and Adaptations of

Dutch-language Literature, 1850-1990. Ze studeerde Nederlandse

Taal- en Letterkunde, Engelse Taal- en Letterkunde en

Mediëvistiek aan de ELTE, de Universiteit van Utrecht en de

Central European University (CEU). Zij is lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Zij was medecoördinator van het internationaal onderzoeksproject Beatrijs Internationaal en leidde het NWO-internationaliseringsproject The Circulation of Dutch Literature (CODL) samen met Elke Brems en Ton van Kalmthout. Het CODL-project resulteerde in het boek Doing Double Dutch. The International Circulation of Literature from the Low Countries. (Leuven UP, 2017, geredigeerd door Elke Brems, Orsolya Réthelyi en Ton van Kalmthout). Haar huidige onderzoek is gericht op de interculturele transfer tussen de Lage Landen en Centraal- en Oost-Europa, de verspreiding van oudere en moderne literatuur door middel van vertaling en bewerking, en op de literatuur van migratie. Haar meest recente publicaties zijn het artikle ‘Rescuing Something Fine: Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen (The Waning of the Middle Ages) as World Literature’, in Theo D’haen (ed.) Dutch and Flemish Literature as World Literature. (London / New York, Bloomsbury Academic, 2019) dat ze samen met Elke Brems geschreven heeft en het boek De Hongaarse kindertreinen: Een levende brug tussen Hongarije, Nederland en België na de Eerste Wereldoorlog (Hilversum, 2020, geredigeerd door Maarten J. Aalders, Gábor Pusztai en Orsolya Réthelyi).

© 2020 SAVN